JE ENIG KIND ROOSTEREN OFWEL JEFTA’S GELOFTE.
Het Oude Testament in al zijn glorie.
Voorkwam God op het allerlaatste moment nog dat Isaak, zoon van Abraham, gebrandofferd zou worden, de dochter van Jefta (natuurlijk naamloos) ontliep niet haar verschrikkelijk lot.
Toen aartsvader Abraham van zijn God opdracht kreeg zijn zoon te offeren, bond hij deze zonder tegenspraak op een bos hout en hief zijn mes om hem te doden. Hij wordt op het laatste moment door een engel op de hoogte gesteld van het feit dat de plannen zijn gewijzigd. Grapje van God, om zijn geloof op de proef te stellen. Naar de gemoedstoestand op dat moment van de zoon (en de vader) mogen we raden. Naar de gevolgen voor die zoon op de lange duur ook, maar enig zorg over een langdurig trauma is op zijn plaats mag je toch denken. Hedendaagse theologen mogen tegenwerpen dat een en ander niet letterlijk is bedoeld, maar helaas zijn er nogal wat mensen die dat wel doen. En ook als we het niet letterlijk nemen wat moeten we er dan van denken.
En dan, voor Isaak liep het nog goed af, maar niet voor de dochter van Jefta.
U kent het verhaal toch nog wel hè? Zie anders Rechters 11 vanaf vers 30. Voor de geïnteresseerden onder u nog even wat details.
Jefta, zoon van een hoer (komt vaak voor in de Bijbel!), aangewezen als leider van de Israëlieten, trekt weer eens ‘gedreven door de geest van de Heer’ ten strijde tegen de Ammonieten. U weet wel, zo’n volk dat de pech had een wat andere God te aanbidden dan de Israëlieten en dus uitgeroeid moesten worden, in de naam van de toenmalige en onze huidige God. Jefta was er niet helemaal zeker van dat hij zou overwinnen, (toch vreemd, geen echt geloof zou je zeggen) en belooft daarom zijn Heer dat hij het eerste wat hem bij thuiskomst uit zijn huis tegemoet komt zal brandofferen. Nou had hij maar één kind, een dochter. En natuurlijk, nadat hij overduidelijk gewonnen had in de strijd (‘God gaf hen in zijn macht’), huppelt zijn dochtertje, hem al tamboerijnspelend als eerste tegemoet. Je hart breekt.
Jefta ontroostbaar, ‘Och heden, zo heb ik het niet bedoeld, maar ja, beloofd is beloofd hè, ik zal je moeten offeren, mijn kind!’
Het arme wicht wil haar vader niet in de problemen brengen en zegt zoiets als:’nou Pa, als je dit tegen onze meedogende God hebt gezegd zal je wel moeten doen wat je hebt beloofd’.
Ze vraagt wel enig respijt, ‘ik zal dus nooit een man bekennen, (we blijven in Bijbelse termen) gun me twee maanden om daarover te treuren, samen met mijn vriendinnen, in de bergen.’
En Jefta vond dat goed (je bent de liefhebbende vader of niet) en na afloop van die tijd roosterde hij zijn enige dochter!!! ‘Hij deed met haar wat hij de Heer had beloofd’ zo besluit de Bijbel deze stichtelijke geschiedenis en vervolgens gaat Rechters 12 zeer onderhoudend verder met verhalen over brandstichting, moorden en doodslag, tienduizenden doden alleen in de volgende zeven verzen.
![]() |
| Jephta en zijn dochter in haar laatste ogenblik. |
De strekking van beide verhalen is walgelijk vanuit mijn eigen persoonlijk besef van wat kan en niet kan onder mensen.
Veel mensen vatten dit verhaal dus letterlijk op en als we dit niet doen hoe dan wel. Wat voor soort zedelijkheid moeten we aan dit laatste verhaal en dat van Isaak ontlenen? Dat we uit eigenbelang?, algemeen belang? angst? godsdienstverdwazing? onze naasten, onze medemensen moedwillig en bewust laten ondergaan en zelfs vernietigen?
En daarnaast, als we al uit een ander zedelijk besef besluiten slechts die stukken uit de Bijbel serieus te nemen die ons aanstaan hebben we toch geen Bijbel nodig?
Dan hanteren we toch andere onafhankelijke criteria voor wat moreel aanvaardbaar is?
Bijvoorbeeld; gewoon, je eigen geweten?
Marius.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten