Ik schrijf graag over alles wat mij boeit, maar vooral over Bijbelse onderwerpen! Reageer eens! GROET, MARIUS.

woensdag 13 april 2011

De Bijbelse Jozef, voorloper van de moderne kapitalist

De Bijbelse Jozef, voorloper van de moderne kapitalist.

Een andere uitleg van de Heilige Schrift.
Men leze Genesis 41 en 47:13-26

Uit deze teksten is het volgende op te maken: God verschaft Jozef, door de Farao benoemd tot DE leidinggevende in zijn land, voorkennis. Na zeven vette jaren komen er zeven magere jaren. De almachtige God zal dan zorgen voor hongersnood over de gehele wereld.
Jozef ziet zijn kans en koopt tijdens de vette jaren overal zoveel mogelijk graan en slaat dat op. “Men hield maar op de voorraad te berekenen, want er was geen rekenen aan”. Moderne economen volgen dit goede voorbeeld, kunstmatig tekorten kweken om de prijs op te drijven.

Jozef en Farao zijn het eens.
Dan breken de zeven magere jaren aan.
Jozef beschermt natuurlijk zijn eigen familie (de moderne term = nepotisme) als de Egyptenaren schreeuwend van de honger bij de Farao op de stoep staan. En Jozef verkoopt dan graan en verkoopt en verkoopt! Hij verkoopt zoveel dat al het geld in Egypte en Kanaän in zijn en des Farao’s handen is. Maar hij houdt natuurlijk nog de nodige koopwaar achter de hand, zie het vervolg.
Het gewone volk heeft zijn graan verbruikt en heeft weer honger. Men heeft ook geen geld meer en staat weer voor de poort. Jozef heeft een goed plan. “Geef jullie je vee maar, dan krijgen jullie van mij voedsel’. En zo geschiedde. En God was trots op Jozef.
Maar ja, na een poosje was ook dat voedsel op en was Thebe weer in last.

En dan blijkt de vooruitziende blik, nou ja met een beetje hulp van boven, van onze Bijbelse Jozef. Hij koopt de akkers van de mensen en maakt hen tot slaven van de Farao. En; “Zo werd de Farao eigenaar van het land. Verder liet Jozef de plattelandsbevolking slavenwerk doen in de steden”. Wel mocht men de akkers blijven bewerken, maar de mensen bleven tot het einde der tijden slaaf en moesten jaarlijks 25% van hun opbrengsten afstaan.
Veelzeggend detail; de priesters waren van deze regeling uitgezonderd. Ook deze regeling is tot op de dag van vandaag in stand gebleven, kapitaal en kerk bijten elkaar nooit.
En God zag dat Zijn Wil geschiedde en dat het goed was. Halleluja dus.

Het is dus zeer begrijpelijk dat juist in het christelijke westen dit handelen sinds voorloper Jozef tot dagelijkse praktijk is verworden. Een handelwijze die bijvoorbeeld in Nederland door de banken en andere financiële criminelen met woekerpolissen en andere wurgpraktijken in bijvoorbeeld de huizenmarkt enthousiast is overgenomen. En de gewone mensen blijven tot het einde der tijden slaaf van het kapitaal en moeten jaarlijks een groot deel van hun verdiensten afstaan om o.a. bonussen van de nieuwe Jozeffen mogelijk te maken.



Een moderne Jozef, Rijkman(!) Groenink

De Bijbel zo’n leerzaam boek.

Marius

dinsdag 12 april 2011

HOE JEFTA ZIJN DOCHTER ROOSTERDE!

JE ENIG KIND ROOSTEREN OFWEL JEFTA’S GELOFTE.

Het Oude Testament in al zijn glorie.

Voorkwam God op het allerlaatste moment nog dat Isaak, zoon van Abraham, gebrandofferd zou worden, de dochter van Jefta (natuurlijk naamloos) ontliep niet haar verschrikkelijk lot.

Toen aartsvader Abraham van zijn God opdracht kreeg zijn zoon te offeren, bond hij deze zonder tegenspraak op een bos hout en hief zijn mes om hem te doden. Hij wordt op het laatste moment door een engel op de hoogte gesteld van het feit dat de plannen zijn gewijzigd. Grapje van God, om zijn geloof op de proef te stellen. Naar de gemoedstoestand op dat moment van de zoon (en de vader) mogen we raden. Naar de gevolgen voor die zoon op de lange duur ook, maar enig zorg over een langdurig trauma is op zijn plaats mag je toch denken. Hedendaagse theologen mogen tegenwerpen dat een en ander niet letterlijk is bedoeld, maar helaas zijn er nogal wat mensen die dat wel doen. En ook als we het niet letterlijk nemen wat moeten we er dan van denken.

En dan, voor Isaak liep het nog goed af, maar niet voor de dochter van Jefta.
U kent het verhaal toch nog wel hè? Zie anders Rechters 11 vanaf vers 30. Voor de geïnteresseerden onder u nog even wat details.
Jefta, zoon van een hoer (komt vaak voor in de Bijbel!), aangewezen als leider van de Israëlieten, trekt weer eens ‘gedreven door de geest van de Heer’ ten strijde tegen de Ammonieten. U weet wel, zo’n volk dat de pech had een wat andere God te aanbidden dan de Israëlieten en dus uitgeroeid moesten worden, in de naam van de toenmalige en onze huidige God. Jefta was er niet helemaal zeker van dat hij zou overwinnen, (toch vreemd, geen echt geloof zou je zeggen) en belooft daarom zijn Heer dat hij het eerste wat hem bij thuiskomst uit zijn huis tegemoet komt zal brandofferen. Nou had hij maar één kind, een dochter. En natuurlijk, nadat hij overduidelijk gewonnen had in de strijd (‘God gaf hen in zijn macht’), huppelt zijn dochtertje, hem al tamboerijnspelend als eerste tegemoet. Je hart breekt.

Jefta ontroostbaar, ‘Och heden, zo heb ik het niet bedoeld, maar ja, beloofd is beloofd hè, ik zal je moeten offeren, mijn kind!’
Het arme wicht wil haar vader niet in de problemen brengen en zegt zoiets als:’nou Pa, als je dit tegen onze meedogende God hebt gezegd zal je wel moeten doen wat je hebt beloofd’.
Ze vraagt wel enig respijt, ‘ik zal dus nooit een man bekennen, (we blijven in Bijbelse termen) gun me twee maanden om daarover te treuren, samen met mijn vriendinnen, in de bergen.’
En Jefta vond dat goed (je bent de liefhebbende vader of niet) en na afloop van die tijd roosterde hij zijn enige dochter!!! ‘Hij deed met haar wat hij de Heer had beloofd’ zo besluit de Bijbel deze stichtelijke geschiedenis en vervolgens gaat Rechters 12 zeer onderhoudend verder met verhalen over brandstichting, moorden en doodslag, tienduizenden doden alleen in de volgende zeven verzen.


Jephta en zijn dochter in haar laatste ogenblik.
De strekking van beide verhalen is walgelijk vanuit mijn eigen persoonlijk besef van wat kan en niet kan onder mensen.

Veel mensen vatten dit verhaal dus letterlijk op en als we dit niet doen hoe dan wel. Wat voor soort zedelijkheid moeten we aan dit laatste verhaal en dat van Isaak ontlenen? Dat we uit eigenbelang?, algemeen belang? angst? godsdienstverdwazing? onze naasten, onze medemensen moedwillig en bewust laten ondergaan en zelfs vernietigen?
En daarnaast, als we al uit een ander zedelijk besef besluiten slechts die stukken uit de Bijbel serieus te nemen die ons aanstaan hebben we toch geen Bijbel nodig?
Dan hanteren we toch andere onafhankelijke criteria voor wat moreel aanvaardbaar is?
Bijvoorbeeld; gewoon, je eigen geweten?

Marius.